ok2026menu






Iets over André Pannekoek, een 'rooms' orgelmaker in Leeuwarden Friese Orgelkrant 2026
 


'Mocht het voorkomen, zoo willen wij U gaarne recommandeeren'.

Met deze zin besloot President-Kerkvoogd C.J. van Heek van de Ned. Herv. Gem. Enschede een brief aan orgelmaker André Pannekoek. Bijgesloten was tevens een getuigschrift waarin de kerkvoogden verklaarden “dat de heer A. Pannekoek, orgelbouwer te Leeuwarden gedurende den zomer 1931 het orgel in de Groote Kerk geheel heeft gerestaureerd en geitoneerd (sic). Ook werd de jaarlijkse stemming aan hem opgedragen. Zij verklaren dat de werkzaamheden aan het orgel tot hunne volle tevredenheid zijn uitgevoerd en opgeleverd, weshalve zij genoemden Heer voor dergelijk werk gaarne aanbevelen”. [*1] Een prachtige aanbeveling voor een orgelmaker die zich een jaar eerder zelfstandig had gemaakt.

Leerperiode bij diverse orgelmakers
Adrianus (André) Pannekoek was geboren in Heiloo (1867) en woonde achtereenvolgens in Alkmaar, Dordrecht en Utrecht. Hij huwde in 1891 met Catharina Polder en werkte in zijn Alkmaarse periode hoogstwaarschijnlijk bij de weduwe van Lodewijk Ypma die de orgelmakerij van haar overleden man voortzette. Op 14 november 1893 wordt de familie Pannekoek ingeschreven bij de Burg. Stand te Dordrecht. In deze stad zal hij gewerkt hebben bij J.J. van den Bijlaardt. Deze uit Leeuwarden afkomstige orgelmaker had zijn opleiding o.a. bij de Gebr. Adema in Leeuwarden en Maarschalkerweerd in Utrecht genoten totdat hij in 1887 een eigen bedrijf in Dordrecht startte. In 1896 komen we de familie Pannekoek in Utrecht tegen waar hij bij Maarschalkerweerd werkzaam was, onder andere als pijpenmaker. Men betrok een woning in de Bouwstraat 8 waar ook (op nr: 18) de pijpenmaker W.A. de Bruijn met zijn bedrijf gevestigd was. [*2] Hier in Utrecht heeft André Pannekoek gewerkt tot hij bij Van Dam in dienst treedt.

Naar Leeuwarden
André Pannekoek was in 1916 van Utrecht naar Leeuwarden gekomen en bij Pieter Van Dam in dienst getreden. Pieter van Dam zat verlegen om personeel vanwege het feit dat sommige personeelsleden door de mobilisatie in militaire dienst zaten. [*3] Bij de ingebruikname in 1916 van het Kam & van der Meulen orgel in de Nieuwe kerk van Zie rikzee dat enige reparaties had ondergaan werd 'dhr. Van Dam' door organist Klimmerboom lof toegezwaaid evenals “aan den 1en bediende der firma, den heer Pannekoek voor het uitmuntend afgeleverd werk”. [*4] Pannekoek was dus blijkbaar aangetrokken als chef van de orgelfabriek zoals Piet van Dam zijn bedrijf modieus noemde.

In 1917 besloot Pieter Van Dam zijn orgelfabriek om te zetten in een Naamloze Vennootschap. Pieter was inmiddels 60 jaar en had geen opvolgers. Directeuren werden Pieter van Dam zelf en zijn werknemers Bertus Frans Bergmeijer (In 1912 van Woerden gekomen) en Johannes Vaas. De nieuwe naam van het bedrijf werd: N.V. Orgelfabriek P. van Dam voorheen firma L. van Dam en Zonen. [*5] Om de nieuwe NV niet te bezwaren met de aankoop van het bedrijfspand verhuisde men de werkplaats naar een kleiner pand in de binnenstad aan de Eewal 69. Het kantoor kwam (voorlopig) ten huize van P. van Dam aan de Emmastraat 1. Per 16 november 1918 verhuist B.F. Bergmeijer van Leeuwarden terug naar Woerden. [*6] Hij zou vanuit Woerden als directeur de belangen van de NV behartigen en het onderhoud verzorgen van de orgels in dat deel van ons land.

N.V. Orgelfabriek P. van Dam overgenomen door A.S.J. Dekker in Goes
In oktober 1926 treden Pieter van Dam en Bertus F. Bergmeijer af als directeur. Johannes Vaas blijft zitten in die functie. Toen is de meerderheid van de aandelen in handen gekomen van de familie Dekker te Goes. Zij vervaardigden sinds 1906 ook kerkorgels onder de naam A.S.J. Dekker, Goes. Het Ordercahier N.V. Orgelfabriek P. van Dam in het bezit van de familie Dekker begint op de datum van 11 oktober 1926. [*7] Bergmeijer begon een eigen zaak en werkte verder onder de naam: B.F. Bergmeijer v/h P. van Dam. [*8] Ruim 3 maanden later op 24 januari 1927 overlijdt Pieter van Dam. Bijna vijf jaren wordt de orgelmakerij geleid door Johannes Vaas met Tjerk Bron als chef. Als dan in januari 1932 de Zeeuw Jan van der Bliek tot directeur wordt benoemd, ontstaan er problemen die zo hoog oplopen dat het voltallige personeel ontslag neemt. Van der Bliek noemt zich in een circulaire aan de kerkbesturen: Directeur-Eigenaar en kondigt tevens aan dat de zaak verhuist naar Achter de Hoven 12 “en de Heer JOH. VAAS niet meer aan de zaak verbonden is en ondergeteekende als eenig eigenaar-directeur het bedrijf hoopt voort te zetten” [*9]. Ook Joh. Vaas en T. Bron sturen een bericht naar de klanten. Hierin is te lezen “dat het gezamenlijke personeel der N.V. ORGELFABRIEK P. VAN DAM TE Leeuwarden Eewal 69, op 16 januari 1932 ontslag heeft gevraagd. Tot hen behooren onder anderen de beide ondergeteekenden JOH. VAAS, voorheen Directeur der N.V. Orgelfabriek en T. BRON voorheen Chef der fabriek. Wij ontvingen op ons verzoek eervol ontslag”. [*10]

Ongeval in Aldeboarn
In de periode dat Pannekoek werkzaam was bij de N.V. Orgelfabriek P. van Dam overkwam hem in april 1929 een ongeluk. Hij maakte een val tijdens werkzaamheden aan het Van Dam orgel in Aldeboarn. Zijn ladder gleed weg, Pannekoek viel en raakte bewusteloos. Organist Fennema bracht hem per auto thuis. Het bleef bij een gekneusde hand en ribben. [*11]

Eigen baas en rancuneuze ex-collega's, pamflettenstrijd!
In november 1930 verliet Pannekoek de N.V. P. van Dam en besloot (op 63-jarige leeftijd!) voor zichzelf te beginnen. Vaas zal met lede ogen hebben aangezien dat zijn vroegere collega een eigen bedrijfje startte en klanten meenam. Pannekoek was een vertrouwd gezicht bij de diverse organisten en kerkbesturen en naar het schijnt een prima vakman en prettig persoon. Voorjaar 1931 verstuurt André Pannekoek een pamflet naar de kerkbesturen als antwoord op een pamflet van J. Vaas. Hierin werden de roddels die Vaas over Pannekoek rondbazuinde ontzenuwd. Pannekoek zou als rooms-katholiek de protestantse kerken verontreinigen en een 'pakje' achter hebben gelaten! (Orgelmakers maar ook organisten die “in hoogen nood verkeerden” gebruikten daar vaak kranten voor die soms vergeten werden om mee te nemen en dan achterbleven in b.v. de toren of zelfs het orgel). “Ik ben mij van niets bewust. Maar neem nu eens aan dat het waarheid was, dat het een vergeten pakje was, zou het dan nog een reden zijn, om mij op zulk een satanische en sarcastische wijze verdacht aan U voor te stellen, als zou ik als Katholiek juist uwe kerken verontreinigen”. Pannekoek zou ook ook niet kapitaalkrachtig genoeg zijn! Deze antwoordt dan dat hij destijds soms drie weken op zijn loon moest wachten en bijvoorbeeld reisgeld moest voorschieten in de tijd dat hij onder Vaas werkzaam was. “Zelfs een reis Leeuwarden – Heerenveen moest men voorschieten, hij zei dan maar: ik heb het niet”. De echte reden van deze pennenstrijd was vermoedelijk het feit dat Pannekoek nogal wat klanten had meegenomen waaronder belangrijke “groote orgels, zooals Enschedé Herv. Kerk, prachtige restauratie gedaan. Vlissingen St. Jacobuskerk, Herv. Kerk en nieuwe kerk in bediening. Wijnaldum Herv.kerk, restauratie en nog zeer vele andere kerken in bediening. Het werk vloeit mij toe, want zij [hebben] de opzet van dit spel wel begrepen en over zijn kwaliteit als orgelstemmer zal ik maar liever zwijgen, kan ik u wijzen op een 16 jarige praktijk in Uwe kerken. Zeer billijk tarief en werk als naar gewoonte”. [*12] In een brief aan de kerkvoogden van de Hervormde Gemeente in Leeuwarden bood Pannekoek aan om het onderhoud aan de 3 orgels voor 90 gulden per jaar te verrichten i.p.v. de fl. 200,- die men bij Van Dam kwijt was. Op advies van George Stam ging het onderhoud naar Vaas & Bron voor 130 gulden. [*13]
In een brochure uit januari 1934 noemt hij zich: “Oudste stemmer van de voorheen bestaande firma L.VAN DAM & ZONEN” en “Aangesteld als stemmer van de afdeeling Friesland der Vereeniging van Kerkvoogdijen in de Ned. Herv. Kerk”. [*14] Tevens zijn er een viertal aanbevelingen te lezen en drie krantenartikelen met een verslag van door hem herstelde orgels in Wijnaldum, Ritthem en Blija (Geref.) Trots worden 28 kerken genoemd die het onderhoud aan hem hebben opgedragen. Onder andere het grootste orgel door Van Dam vervaardigd namelijk dat in de Grote kerk van Enschede en dat van de Grote kerken in Vlissingen en Franeker. Orgels waar Pannekoek in dienst van Van Dam vaak onderhoud had gepleegd. De tijden waren moeilijk en de concurrentie hevig. Haat en nijd voerden de boventoon.

Vaas & Bron en de kerkvoogden van Grou
Johannes Vaas & Tjerk Bron hadden per 1 juni 1932 een eigen bedrijf gesticht en bleven op 'oorlogspad'. Op 26 juni 1932 schreven zij een brief aan de kerkvoogden van Grou die de 'oude' firma v.h. P. van Dam o.l.v. Jan van der Bliek trouw waren gebleven. Zij waarschuwden dat Van der Bliek alleen maar de naam Van Dam had gekocht maar dat zij (V&B) in feite de oude firma voortzetten. “Niet één van de van Dams is meer in leven. Hun orgelbouwkunst brachten zij echter op Vaas & Bron over, zoodat wij als het ware een stuk van die oude van Dams zijn. De nieuwe directeur eigenaar (?) van de orgelfabriek P. van Dam N.V. is zoo kerschvers van de firma Dekker uit Goes gekomen, op welke z.g. Orgelfabriek meer schoolbanken dan orgels worden vervaardigd. In ons geval lijkt het ook wel een beetje op de Profeet welke in eigen land enz. Waarom niet uw eigen Friesch sprekende Gewest genooten bevoorbeeld? Wij waren bovendien in de loop der jaren geheel vertrouwd geraakt met uw orgel, zoodat wij mogen zeggen dat het voor Uw orgel van het meeste belang moest zijn dit voortaan aan onze hoede toe te vertrouwen. Temeer dat wijlen de van Dams ons steeds hebben voorgehouden strik eerlijk tegenover de clientèle te blijven”. [*15] Uit deze brief blijkt tevens dat zij twijfelden of Van der Bliek wel eigenaar was gezien het vraagteken achter: directeur eigenaar. “
U begrijpt thans
”, zo gaat de brief verder, “dat er heel wat voorgevallen moet zijn dat wij zoomaar geheel vrijwillig de orgelfabriek van Dam vaarwel gezegd hebben, en dat voor de Kerken om zeer belangrijke reden”. Welke reden wordt niet vermeld. Of dit schrijven heeft geholpen? In datzelfde jaar mag Pannekoek het Grouster orgel stemmen en nazien.

Vijf jaar later op 25 januari 1937 ontvangen de kerkvoogden van Grou weer een pittige brief van Vaas en Bron. Men gooit het nu over een andere boeg. Hun gram geldt nu Pannekoek die rooms-katholiek was al wordt zijn naam niet genoemd. Men schrijft: “M.H., Als vrijzinnige Firma zult u ons toch niet kwalijk nemen dat wij, nu de tijden nog steeds nijpender worden, Uw geacht College nogmaals attent maken op een naar onze meening onbillijkheid. Uw geacht College blijft nog steeds gebruik maken van de diensten eener Roomsch Katholieke orgelstemmer, waarmee u dus direct de instandhouding van Rome bevordert. Door onze vrijzinnige Firma te steunen, versterkt ge uw eigen zaak, en helpt de vrijzinnige beweging in stand houden, want wij leden der ver. van vrijz. Hervormden betalen geregeld onze contributie, (willen dat graag blijven doen,) steunen de Vrijz. Bladen door zoo nu en dan eens te adverteeren, enz… Willen wij vrijzinnigen een hecht bolwerk optrekken, ook tegen Rome, dan dient toch zeker om te beginnen paal en perk gesteld te worden tegen bevoorrechting van Roomschen. Moet er iets of iemand gesteund worden, dan toch eerst aan ons eigen geloofsgenoten gedacht, want steun van die zijde hoeven wij niet te verwachtten. Het is daarom dat wij uw geeerde aandacht vragen voor bovenstaande met beleefd verzoek voor dit jaar eens te willen breken met de bekende vrijzinnige halfheid. Gaarne uw nadere berichten inwachtend, verblijven Hoogachtend Uw dw.d. J.vaas en T. Bron”. [*16] Pannekoek had dus nog steeds dit orgel in onderhoud.
In september 1937 trof Pannekoek een grote slag toen zijn echtgenote Catharina Polder op 69-jarige leeftijd stierf. Hij bleef achter met zijn dochter Helena Maria en zoon Theodorus Adrianus. [*17]

Franeker
In 1938 restaureert Pannekoek het Adema-orgel van de R.K. kerk in Balk. [*18] In datzelfde jaar werkt hij ook aan het grote Van Dam-orgel in Franeker. Op verzoek van organist Kreger wordt het Bovenwerk in een zwelkast geplaatst en wijzigt hij de dispositie. Kreger is zeer tevreden over het werk van Pannekoek en levert op diens verzoek een getuigschrift. Per brief (d.d. 15 maart 1939) bedankt Pannekoek Kreger: [*19]
Leeuwarden 13/3 – 39
Geachte heer Kreger. Met dezen doen ik U weten dat ik het schrijven van Uwe hand, in de vorm van een getuigschrift heb ontvangen, waarvoor ik U dan ook mijn oprechten dank betuig. U heeft het zeer mooi opgesteld en mag dan ook wel overal gelezen worden. En ben dan ook maar blijd alles zoo naar Uw genoegen is, hetwelk dan ook beteekent het naar genoegen is van H.H. Kerkvoogden en de heele gemeente. De heer Wouters is 5 Maart bij mij aan huis geweest om het nog staande tegoed aan mij te voldoen en gaf ook namens H.H. Kerkvoogden groote blijken van tevredenheid. Na U Mijnheer nogmaals mijn dank en ontvangt u mijn beleefde groeten als ook aan Uw Echtgenoote. Uw ?? A. Pannekoek Orgelmaker

André Pannekoek zal in de oorlogsjaren en daarna niet veel anders hebben gedaan dan kleine onderhoudswerkzaamheden en vooral stemmen. Dit tot op hoge leeftijd! In 'Het Kleine Krantsje' van 1 april 1994 haalt oud buurjongen Hennie (Henk) Posthumus (zijn familie bewoonde het onderhuis) herinneringen op aan zijn bovenbuurman Pannekoek. “De eerste deur links is die van het bovenhuis nr. 27 waar de fam. André Pannekoek woonde. Opa Pannekoek was een echte familiepatriarch, zoals dat bij een goede katholieke familie gebruikelijk was. Eén van zijn dochters zat als zr. Augusta in het klooster en hij woonde samen met zijn ongetrouwde dochter Lena en zoon Theo, die bij V en D. heeft gewerkt en daar André werd genoemd. Tot op hoge leeftijd van vijf en tachtig jaar heeft opa Pannekoek zijn beroep als orgelstemmer uitgeoefend. In de eerste oorlogsjaren kwam hij regelmatig met allerlei etenswaren thuis en die werden dan met ons als benedenburen gedeeld. Haast zonder ziek te zijn geweest is hij op circa vijf en negentigjarige leeftijd overleden”. [*20]
André Pannekoek stierf op 29 mei 1963 in het St. Bonifatius Hospitaal en werd op 1 juni d.a.v. begraven vanuit de St. Bonifatiuskerk op de R.K. Begraafplaats. Hij is 96 jaar oud geworden.
Het bedrijf van Vaas en Bron heeft voortbestaan tot 1964 toen het door Pels in Alkmaar werd overgenomen. [*21]

NV P. van Dam
Op 19 mei 1967 treedt Van der Bliek af als directeur. Per 3 juli 1967 wordt de NV verplaatst naar Turfkade 9 te Goes. Directeur is dan Derk Dekker te Haarlem terwijl Jan Adriaan Dekker (1902-1991) uit Aerdenhout als commissaris fungeert. Het gaat niet alleen meer om fabricage, stemmen, onderhouden en restaureren van orgels maar ook om de handel in gymnastiekwerktuigen en schoolmeubelen onder de naam VADA en dat lijkt 'verdacht' veel op een afkorting van Van Dam! [*22]

AD FAHNER




Naschrift: Oorspronkelijk verscheen dit artikel in de feestbundel voor Victor Timmer “Geogravend in de orgeltuin”. Dit t.g.v. zijn 80e verjaardag, gevierd op 26 april 2025.

  • Reclamebrochure A. Pannekoek. Archief Jan Jongepier Omslag Van Dam in Tresoar. Toegang 1709. Inv. Nr: 1330.
  • Jos Laus, Maarschalkerweerd & Zoon. Orgelmakers te Utrecht. Canaletto, Alphen a/d Rijn 2008
  • J. Brief aan kerkvoogdij Franeker. Archief Jan Jongepier. Toegang 1709. Inv. Nr: 391.
  • De Harp 1918 (kopie in archief Jan Jongepier, zie nr. 1); Sjoerd Klimmerboom (1852-1927) kende van Dam uit zijn Franeker periode waar hij tot 1895 organist was van de Martinikerk. Vanaf 1 april 1895 was hij benoemd in Zierikzee. O.a. als Stadsmuziekmeester, beiaardier en organist van de Nieuwe kerk.
  • Tresoar, Not. Archief, 26-78162 rep.nr: 2132 en 1246.
  • Burg. Stand Leeuwarden via allefriezen.nl.
  • Het Orgel: jrg: 101 nr: 3 [2005] Victor Timmer en Ton van Eck: Twee werklijsten van orgelmakers uit de eerste helft van de 20e eeuw.
  • Op bijna ieder orgel dat hij in onderhoud had schroefde hij een naamplaatjes met deze tekst.
  • Circulaire 1932 in archief Jan Jongepier (zie nr. 1).
  • Circulaire in archief Jan Jongepier (zie nr. 1).
  • Leeuwarder Nieuwsblad d.d 27 april 1929.
  • Circulaires april 1931 en okt. 1931. In archief Jan Jongepier (zie nr. 1).
  • Notulen kerkvoogden in Historisch Centrum Leeuwarden. Toegang 1700 Inv. Nr: 1057.
  • Circulaire januari 1934. In archief Jan Jongepier (zie nr. 1).
  • Archief Hervormde gemeente Grou in Tresoar 246-36. Inv.nr. 114.
  • Archief Hervormde gemeente Grou in Tresoar 246-36. Inv.nr. 114.
  • Een andere zoon Casper Willem (1893-1964) was eveneens orgelmaker. In 1920 vertrok hij vanuit Leeuwarden naar Aalten waar hij vermoedelijk werkzaam was bij N.A. van den Berg. Volgens zijn huwelijksakte (1922) woonde hij toen in Alkmaar. In 1925 kwam hij terug in Leeuwarden vanuit Amsterdam. In de orgelkas van Lemmer is met potlood vermeld dat hij in augustus 1926 het orgel heeft schoongemaakt en het front heeft gepolijst (met dank aan Henk Braad en Theo Jellema). Zoon Martinus Johannes (1894-1943) was telegrafist van beroep. Casper Willem en Martinus Johannes waren behalve broers ook zwagers van elkaar. Gehuwd met resp. Anna en Eke Faber. Een andere dochter zat in een klooster te Lage Vuursche als Eerw. Zuster Augusta.
  • Het Historische Orgel in Nederland 1902-1910.
  • Met dank aan Theo Jellema voor een kopie van de brief.
  • Het Kleine Krantsje 1 april 1994, was een uitgave van Fenno Schoustra's publiciteitskantoor te Leeuwarden. Het verscheen in de jaren 1964-1997.
  • Brief Pels & van Leeuwen d.d. 7 aug. 1968.
  • Tresoar, archief Kamer v Koophandel 52-02. Inv. Nr: 1454 dossier: 539.




kopieer link naar clipboard